Transparant

De 4CV is standaard uitgerust met een 22 mm valstroom carburateur. Gangbare typen hierin zijn:

  • Solex  22 BIC
  • Solex 22 ICBT
  • Solex 22 IAC

De typen verschillen o.a. in de sturing van de choke. Bij het type ICBT is deze automatisch en bij het type BIC is de bediening handmatig. Ondanks dat de automatische choke goed werkt geef ik toch de voorkeur aan de handmatige choke. Je kunt dan iets beter inspelen op de behoefte van de motor.

De doorlaat van 22 mm komt wat klein over. Een Fiat 500 heeft al een carburateur met een doorsnede van 26 mm. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat per slag het aanzuigvolume van de fiat 500 groter is, nl  0,25 l t.o.v. 0,187 l bij de 4CV. Deze geringe capaciteit beperkt het toch al niet grote vermogen van het motortje.

Solex heeft voor hun carburateurs een eenvoudige (globale) berekeningsmethode voor de het bepalen van de vereiste doorlaat op basis van de motorinhoud en het toerental. Voor de berekening zijn enkele informaties nodig:

  • De cilinderinhoud per cilinder  0,747 / 4 = 0,187 l
  • Het maximum toerental   4500
  • Het totaal aantal cilinders   4

De doorlaat D van de carburateur wordt berekend met::

D = 0,82  *  wortel (C  *  N )

C = inhoud per cilinder in liters
N = maximale toerental
De constante factor (0,82) hangt af van het aantal cilinders.

Ingevuld wordt dit
D = 0,82  *  wortel (0,187 * 4500)  = 23,8 mm

Op grond van deze berekening kan je concluderen dat de huidige carburateur met een doorlaat van  22 mm wat aan de kleine kant is. Op de Dauphine is een 28 mm carburateur geplaatst waarbij ook het spruitstuk is aangepast (grotere diamater kanalen). Dit lijkt dan ook een beter alternatief.

Het inlaatspruitstuk van de 4CV splitst zich in twee kanalen. Bij de aansluiting van het spruitstuk op de cilinderkop is de diameter van de doorlaten ongeveer 22 mm en is daarmee per kanaal gelijk aan de doorlaat van de (oorspronkelijke) carburateur. In de cilinderkop splitst het inlaatkanaal zich nogmaals. Er wordt steeds maar één cilinder bediend. Per twee omwentelingen wordt 0,747 L gasmengsel aangezogen. Bij 4000 toeren is dit 2000 x 0.747 = 1494 L/min = bijna 1,5 kubieke meter.

De stroomsnelheid in de carburateur is:
Bij 22 mm is de oppervlakte van de doorsnede 3,80 cm2, bij 28 mm is dit 6,15 cm2. De gasstroomsnelheid is  dan resp 1,09 m/s en 0,68 m/s. Deze lagere stroomsnelheid heeft enkele voordelen:

  • Minder weerstand in de kanalen
  • De beschikbare tijd voor de verdamping en menging is groter

In de cilinderkop zijn de kanalen uiteraard afgestemd op de kleine carburateur. Het heeft niet veel zin een grotere carburateur te plaatsen de kanalen ongemoeid te laten. De kanalen zijn daarom inwendig iets vergroot en gladder gemaakt.

detail inlaatpoort oud

De oude situatie

detail inlaatpoort nieuw
De nieuwe situatie

De grotere carburateur oogt heel wat robuuster dan de kleine oorspronkelijke carburateur

carburateur

De nieuwe 28 mm carburateur op de gereviseerde motor.

Het  voordeel  van een grotere carburateur is voornamelijk het grotere vermogen. Het benzineverbruik hoeft, door een grotere efficiency van de carburateur, niet hoger te zijn.

Al met al een leuke verbetering.

Transparant